2.0: via de Gevangenis en terug naar Af

2.0: via de Gevangenis terug naar Af - door Anna

Al maanden liet ik me met enige regelmaat er van af houden als ik zei dat ik er mee wilde stoppen. Ze zouden me missen. Twee jaar lief en leed gedeeld enzo. En dus deed ik maar weer mee. Je wilt niet gemist worden tenslotte. In mijn vorige blog vocht ik al tegen de overload. Maar het bleef knagen. Tot ik een artikel las vorige week over het gevaar ervan. Het beschrijft letterlijk waar ik aan lijd. In mijn eigen woorden komt het neer op ‘hapsnapleven’. Ik kan geen drie minuten stilzitten. Ik kan geen boek lezen, geen tv-programma uitzitten. Mijn post niet filen zonder tig maal oponthoud. Mijn huis niet stofzuigen zonder na elke kamer even te kijken wat er online gebeurt of een ander klusje tussendoor te doen. Op het werk vlieg ik van de ene activiteit naar de andere zonder de dingen goed af te maken. Of nog beter te overdenken. Ik heb geen enkele vorm van rust meer, niet in mijn hoofd en niet in mijn lijf. Ik lijd aan een ernstige vorm van concentratiezwakte. Ik zap door het leven heen. Bij elke gedachte die in me opkomt weeg ik het belang van hem wereldkundig te maken. Bij elk event waar ik aanwezig ben en waar ik iets grappigs dan wel ernstigs zie of beleef, wil ik mijn iPhone pakken en met iedereen delen wat ik zie of beleef. Ik post meer niet dan wel, maar de voortdurende overweging neemt een allesbeheersende vorm aan. Sinds wanneer ben ik zo? Sinds wanneer is het belangrijk dat ik alles wat ik doe deel met volstrekte vreemden? Negenhonderzoveel vreemden. Ok, ook een klein aantal vrienden, bekenden of via het medium bekend gewordenen. Maar toch: is er een noodzaak om op élk medium met íedereen álles te delen? Voor de beelddenkers: ik voel me steeds meer een dun uitgespreid organisch hoopje weefsel. Dat maar een beetje ligt te lillen. Met (hersen?-)cellen die tikvingers aansturen om elke ervaring te delen met gelijksoortige hoopjes organisch weefsel. Kan ik een ervaring nog wel gewoon zelf in stilte ervaren? Ik geef toe dat ik – vanuit mijn singlestaat - een deelbehoefte heb. Maar is die deelbehoefte groter geworden met de loop der jaren? Of hebben de social media naast gevolg ook oorzakelijk verband? Ik zet mijn geld in op het laatste. Kip én ei. Vroeger was ik wel eens verdrietig omdat ik iets moois niet kon delen met een ander. Nu word ik gek omdat ik alles wat ik beleef met iedereen deel. Op de echt belangrijke dingen na overigens. Die hou ik nog steeds voor mezelf. Hetgeen me ook nog een oppervlákkig digitaal liggend hoopje dun uitgespreid organisch weefsel maakt. En dan word ik ook nog eens gek van de sociale incontinentie van velen op Twitter. Ik wil helemaal niet weten waar je bent. Ook niet dat je nog steeds geen vriendje hebt en jezelf zo zielig vindt. Of dat je dood gaat aan een nare ziekte. Of dat je anderen haat om hun mening. Of dat je mij zo nodig moet adviseren omdat je jezelf een guru of expert op het gebied waant. Het ging me allemaal steeds meer tegenstaan. Ook als ik zelf weer zonodig mijn mening moest geven.
Ik zie velen er aan lijden. Er is ook geen ontkomen aan. We LinkedInnen, Facebooken, Twitteren, 4squaren, Hyven, Flickren, Pingen, Skypen, need I go on? We zappen allemaal gezapig langs elkaar heen. We zijn o zo 2.0 en o zo ‘nieuwe werken. Maar we lijden aan grote deel-vervlakking, een vorm van emotionele armoede. Ik zei het al: het knaagde al veel langer aan me. Ik wil weer gestructureerd en vooral geconcentreerd kunnen werken, zowel op het werk als thuis. Ik heb mezelf toegesproken en dit was de uitkomst. Met één druk op de knop was ik af van de grootste boosdoener. Mijn ‘trouwe’ maar o zo vileine twitteraccount. Alle negenhonderdzoveel volgers down the drain. Het is 5 mei 2011, ik heb mezelf bevrijd!

0 Comments